De verjaardag van Tijger

Het is vroeg in de morgen in Dierenland. Miesje en Mosje liggen vrolijk te snurken in hun warme mandjes. Langzaam opent Mosje zijn oogjes. Hij gaapt en rekt zich uit. Mosje kijkt naar buiten en ziet het zonnetje vrolijk naar hem zwaaien. Wat is het een mooie dag vandaag! Hij heeft zin om buiten te spelen, maar Miesje is nog niet wakker.
‘Miesje. Wakker worden!’ Mosje schudt zijn zusje door elkaar.
‘Wat is er?’ vraagt Miesje slaperig.
Mosje springt om haar heen. ‘Heb je zin om te spelen? Het is zo’n mooie dag vandaag.’
‘Nee,’ gromt Miesje. ‘Nog vijf minuutjes.’ Ze draait zich om en begint te snurken.
Mosje loopt sip weg. Hij heeft zin om te rennen, of om tikkertje te spelen. Wat moet hij nu?
Misschien heeft Tijger wél zin. Eens kijken of hij wakker is.
Blij loopt Mosje naar het raam. Vanaf hier kan hij het huis van Tijger zien. Maar… He? Wat gek. Er hangen allemaal ballonnen. Waarom zou dat zijn?
Snel rent hij terug naar Miesje. Hij schudt haar helemaal door elkaar. ’Miesje. Miesje. Moet je eens kijken. Er hangen allemaal ballonnen voor het huis van Tijger. Waarom zou dat zijn?’
‘Watte?’ vraagt Miesje. Ze kijkt met kleine oogjes om zich heen.
‘Er hangen BAL-LON-NEN voor het huis van Tijger. Kom maar eens kijken.’
Miesje stapt langzaam haar mandje uit. Ze sjokt achter Mosje aan en kijkt naar buiten. Er hangen echt veel ballonnen in alle kleuren van de regenboog.
Plots krijgt Miesje héle grote ogen. ‘Oh nee. Tijger is vandaag jarig. We zijn de verjaardag van Tijger vergeten.’
‘Is Tijger jarig?’ vraagt Mosje verbaasd.
Miesje knikt. ‘En we hebben helemaal geen kado’tje voor haar. Hoe konden we dat nu vergeten zijn? Wat erg.’
Moeder Poes heeft alles gehoord. Ze staat op uit haar mandje. ‘Zo erg is dat toch helemaal niet? Tijger is de hele dag nog jarig. Weten jullie wat ze graag wil hebben?’
Miesje en Mosje denken even goed na.
‘Ik weet iets,’ zegt Miesje. ‘Een voetbal. Dan hebben we er zelf ook nog iets aan.’
‘Goed idee,’ roept Mosje. ‘Of een basketbal. Die van ons is laatst opgegeten door de boze boskabouters, dus dan kunnen we mooi met die van Tijger spelen.’
‘Misschien kunnen jullie zelf maken?’ stel Moeder Poes voor.
‘Dat is leuk!’ roept Miesje. ‘Dan maken we een piratenschip. Kom mee.’
Snel rennen Miesje en Mosje naar de schuur. Ze gaan op zoek naar oude spulletjes die ze kunnen gebruiken.
‘Hier hebben we wel iets aan,’ zegt Miesje. Ze houdt een grote doos in haar pootjes. ‘En aan die ook.’
Mosje houdt een tas boven zijn koppie. ‘En hier kunnen we een zeil van maken. En kijk daar! Van die oude plank kunnen we zwaarden maken.’
De jonge poesjes rennen met alles wat ze kunnen beuren naar buiten. Eerst leggen ze een grote doos op de grond, en dan plakken ze er een paar kleine doosjes aan vast. Moet je eens kijken. Het begint al op een echt piratenschip te lijken.
Miesje houdt een gek, rond ding in haar pootjes. ‘Dit kunnen we gebruiken als roer.’ Ze kijkt er naar en vraagt zich af wat het is.
‘Goed idee,’ zegt Mosje. ‘En opa’s oude stok wordt de mast.’

Miesje en Mosje zijn de hele middag bezig geweest, maar het schip is eindelijk af.
‘Wat is hij mooi geworden,’ lacht Mosje. Hij kan niet wachten om samen met Tijger te spelen.
Miesje knikt. ‘Hij is alleen wel een beetje groot. Het schip past net in de tuin. Dit kunnen we toch niet meenemen naar Tijger?’
‘Nee,’ zucht Mosje. ‘Daar is hij een beetje te groot voor. Maar dat maakt toch niet uit? Dan kan Tijger toch hier komen spelen?’
‘Dat is niet leuk,’ zegt Miesje. ‘Dit is het kado’tje voor Tijger.’
‘Dan maken we toch een nieuwe? Misschien een mini-schipje.’
‘Dat kan niet meer.’ Miesje zucht. Ze gaat zitten. ‘Kijk maar. Het zonnetje is al aan het gapen. Het wordt bijna donker. Straks is Tijger niet meer jarig. Wat moeten we nu?’
‘Naar Tijger toe gaan en hem uitleggen dat zijn kado’tje iets te groot is geworden. Dat snapt hij best.’

Niet veel later kloppen de jonge poesjes bij Tijger aan. Die doet snel de deur open.
‘GEFELICITEERD’ roepen Miesje en Mosje in koor.
‘Dankjewel,’ lacht Tijger.
‘We hebben een kado’tje voor je,’ zegt Miesje. Ze krabt achter haar oortje. ‘Alleen is hij een beetje groot, dus we konden hem niet meenemen. Wil je even met ons meelopen?’
Tijger knikt. Ze rent achter Miesje en Mosje aan.

‘TADA!’ roepen de jonge poesjes in koor.
‘Wat gaaf!’ lacht Tijger. ‘Een piratenschip. Dit is echt dat gaafste kado’tje ooit.’
Snel rennen de drie poesjes het schip op.
‘Kijk eens Tijger,’ zegt Mosje. ‘Ik heb ook nog drie zwaardjes gemaakt.’
Miesje zet een lapje op haar oog. ‘AARG! Ik ben een piraat.’
Ze rollen over de grond van het lachen. Miesje, Mosje en Tijger spelen nog de rest van de middag in het grote piratenschip. Wie weet vinden ze ooit nog wel een schat.